Pagina:Evangelische gezangen om nevens het boek der psalmen bij den openbaren godsdienst in de Nederlandsche Hervormde gemeenten gebruikt te worden.djvu/79

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen
53
Danklied

6.

Van de velden, uit de stroomen
 Uit de diepten van de zee.
Uit de wolken, van de boomen
 Deelt G' ons milden zegen meé;
Jaren, maanden, dagen, stonden,
Altijd, Vader! ondervonden
 Wij uw liefde, wij uw magti:
 Eeuwig zij U eer gebragt!

7.

Maar wat weldaan ons omringen.
 Nog ontbreekt ons steeds, o smart!
't Wijs gebruik dier zegeningen,
 Met een regt tevreden hart:
Daarom vlieten, daarom vloten
Rijke bronnen, ongenoten,
 Ons voorbij aan alle kant,
 Als een woudstroom in het zand.

8.

Veiligheid in onze landen.
 Orde, wet, en regt, en wacht,
Deze sterke, vaste banden
 Voor het menschelijk geslacht,
Vrienden, die ons hart verblijden,
Die ons troosten in ons lijden,
 Raad en hulp, ja eindloos meer
 Hebben wij van U, o Heer!

9.

Hebt G' ons in dit droevig leven
 Reeds zoo veel geluk bereid;
O! wat heil zult G'ons eens geven
 In de zalig' eeuwigheid,
Als w' aan 't einde van dit strijden,
Als verwinnaars, ons verblijden
 Bij 't ontvangen van de kroon
 Uit de hand van uwen Zoon!

10. Vloeit
G3