Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/196

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

doet het als de vertegenwoordiger van zijn klasse die van de uitbuiting leeft der andere klasse en hierbij aan een systeem is verbonden dat geen willekeur en geen vooroordeel kent. De drukte die dikwijls over het onrechtvaardige van de lage vrouwenloonen en het treurige gevolg wordt gemaakt, zou kunnen doen vergeten dat in het kapitalisme dit alles niet onbillijk en volkomen natuurlijk is. Wij zullen ons niet verzetten, indien men meent, dat dit zooveel te erger is voor het kapitalisme.

Er is een andere groep van bedrijven, aan de betrekkingen waarvan tot de prostitutie, de waarheid van de hier gegeven voorstelling gemakkelijk te zien is. Hoe komt het dat in de bedrijven van naaisters en aanverwante vakken de loonen in alle landen miserabel laag zijn? Door dezelfde oorzaak, slechts minder sterk werkzaam, als in de zooeven genoemde: er bestaat bij die bedrijven een verhoogde geschiktheid tot prostitutie. Zij behoeven wel is waar niet als de danseressen of de zangeressen zich te vertoonen en komen niet in zulk een drukke aanraking met de verbruikers. Maar de modistes etc. zijn jonge meisjes die meer dan fabriekswerksters aan haar toilet hebben te denken, die deftige klanten bedienen, die in het werk zindelijker en netter blijven, die niet den dag doorbrengen binnen fabrieksmuren, maar boodschappen doen in de stad en in rijke huizen komen. Zij zijn, in één woord, voor de prostitutie geschikter dan de meeste vrouwen van haar klasse en de onverbiddelijke wet der kapitalistische uitbuiting straft deze betrekkelijke uitgelezenheid met de toepassing van de in dit vak beruchte loontarieven. De ondernemer redeneert, zonder te redeneeren, dat zijn knappere en frisschere krachten voor hem voordeeliger zijn naarmate ze in de behoefte aan prostitutie beter kunnen voldoen. Welnu, laten dan degenen die dit genot zoeken een deel van haar onderhoud betalen. Maar zij verkiezen niet zich te verkoopen, zegt men hem. Dat staat haar vrij, antwoordt de patroon, doch evenmin kan men hem verplichten een waar te betalen die hij niet wenscht te koopen. Hij koopt en betaalt alleen de arbeidskracht, de helft

192