Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/401

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

veroverd zou kunnen worden met enkel parlementaire middelen. Proletarische diktatuur, revolutie, gebruik van geweld—dat alles zou dus uit de socialistische propaganda niet alleen kunnen verdwijnen, maar verdwijnen moeten. De moderne menschheid heeft een kultuurhoogte bereikt vanwaar zij op de voorstelling van andere politieke wapenen dan het stembiljet kan neerzien als op een overblijfsel uit een afgesloten tijdperk....

Wij hebben reeds erkend dat voor de opvatting van Engels' woorden ten gunste van deze leer eenige aanleiding bestond. Stellig zegt Engels in dit opstel te veel over de vooruitzichten van de parlementaire taktiek in Duitschland. Slechts door ruw geweld, verklaart Engels, kunnen onze tegenstanders de machtsontwikkeling van de sociaal-demokratie ophouden. Het gebruik van wettige middelen heeft tot dusver groote resultaten opgeleverd en belooft nog meer voor de naaste toekomst. Maar daarom moet de partij ook alles vermijden wat de socialistische arbeiders in een gewapende strijd met de heerschende machten zou kunnen brengen. Wordt aan die voorwaarde voldaan en de "normale ontwikkeling" niet verstoord, dan groeit de partij nog voor het einde der 19e eeuw al haar vijanden boven het hoofd....

Dat dit overdreven verwachtingen waren, heeft de ondervinding al spoedig geleerd. Gewelddadige botsingen zijn niet ingetreden, de sociaal-demokratie bleef vrijwel onafgebroken groeien, in 1912 behaalde ze vier en een kwart millioen stemmen[1] of bijna 35 van iedere honderd. Ofschoon uitgewassen tot de verreweg grootste partij, met een fraktie van 110 leden in de Rijksdag, had de "normale ontwikkeling" haar werkelijke macht eerder verzwakt dan versterkt. Uitwendig nog in volle kracht, bezweek de Duitsche Sociaal-Demokratie bij de eerste keer dat haar weerstandsvermogen op een ernstige proef werd gesteld. Al bij het uitbreken van de wereldoorlog toen de keizerlijke regeering de leiders bedreigde met


  1. Om dit getal met verkiezingscijfers na November 1918 te vergelijken, moet men rekenen met de latere invoering van het vrouwenkiesrecht.
397