Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/402

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

strenge maatregelen. Een partij die enkel en alleen op het gebruik van parlementaire middelen is ingericht, moet bezwijken zoodra de werkelijke machthebbers tot andere middelen verkiezen over te gaan—een noodlot dat zich aan iedere reformistisch geleide arbeiderspartij, naar gelang van omstandigheden, vroeg of laat voltrekt.

En als iemand dit geweten heeft was het Friedrich Engels, die met zijn te optimistisch gehouden voorspiegelingen betreffende de gang van zaken in Duitschland volstrekt niet bedoelde de arbeidersbeweging voor altijd op de uitsluitend parlementaire taktiek vast te leggen. Duidelijk genoeg heeft immers Engels in dit stuk zelf op de mogelijkheid van gewelddadig ingrijpen door de regeerders gewezen. Nadrukkelijk stelde hij tegenover zoodanig optreden het recht van revolutionnaire aktie. Alleen achtte Engels het niet overbodig te waarschuwen tegen het ontijdig of noodeloos oproepen van geweld: een aktie die de Duitsche arbeidersbeweging naar zijn meening wel niet zou kunnen vernietigen, maar toch vertragen en haar veel offers kosten.

Aan de andere kant: dat Bernstein, anders dan Engels, een principiëele tegenstander van alle buiten-parlementaire strijd, de woorden van den grooten raadsman der internationale sociaal-demokratie geheel in zijn eigen geest heeft uitgelegd, kan men hem ten slotte niet zeer kwalijk nemen. En dit te minder, omdat Bernstein, toen hij zijn antimarxistisch boek uitgaf, ook werkelijk niet wist dat in hetgeen Engels als inleiding tot het werkje van Marx geschreven had, door Duitsche partijbestuurders veranderd was. In het stuk van Engels, verklaarde Bernstein, steekt meer dan er in is uitgesproken. De waarheid is daarentegen dat er door anderen meer is ingelegd dan de bedoeling van den schrijver was geweest.

Toch ligt niet hierin het onvergeeflijke. Niet in de wijziging van de door Engels geschreven tekst en evenmin in het eerste gebruik daarvan door Eduard Bernstein onwetend gemaakt. Eigenlijk is pas in volgende jaren het ergerlijke misbruik begonnen dat toen eerst recht een vervalsching heeten kon.

398