Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/74

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


begint eerst de erkenning van verdiensten en het respect voor echte grootheid. Ik herhaal ten aanzien van dit punt wat ik straks heb gezegd; die gelijkheid die onder beschaafde lieden pleegt te heerschen, de onafhankelijkheid van iets anders dan van dieper inzicht en hoogere begaafdheid, willen de socialisten verbreiden over de geheele wereld. Zij hebben geen apart gevoel voor het gezin of den kleinen kring van hunne maatschappelijke conversatie, en de wereld om hen heen; geen aparte aesthetiek ook. Wat zij goed achten onder elkaar, achten zij ook goed voor de geheele maatschappij; geen andersoortige, alleen een sterkere huivering bekruipt hen als zij staan tegenover een geheele klasse van berooiden, dan wanneer zij een vriend zien gebrek lijden. Enkelen hunner loopen te sprokkelen in maagdelijke wouden van sentiment dat op de hooge bergen van de toekomst groeit, waar de menschheid hare woningen zal stichten wanneer zij de moerassige laagvlakte zal verlaten hebben; maar aan de takjes die nu reeds zijn geraapt, is te zien dat de ceder van den Libanon en de dorre dennen van de zandige heide, geen grooter verschil toonen van edel en onedel, dan het socialistische sentiment en het andere.

Ik heb in de derde plaats willen zeggen, dat het socialisme niet verlangt een maatschappij waarin de deugd zou gelijk zijn aan de ondeugd, het talent aan de botheid, het inzicht aan de blindheid, de menschenliefde aan de zelfzucht, het hooge aan het lage, het groote aan het geringe, het ongemeene aan het alledaagsche; noch eene maatschappij die wilden uit andere werelddeelen, krankzinnigen uit de gestichten of dronkaards van de straat, zou opnemen onder hare stemgerechtigde burgers. In dit opzicht kunt gij, kan iedereen, en kan de wetenschap gerust zijn. Ook willen wij niet eens een maatschappij waarin allen eene gelijke portie eten en drinken dagelijks wordt voorgezet, zooals aan de geabonneerden van een table-d'hôte, of eene gelijke hoeveelheid jassen en broeken thuisgebracht, zooals aan de geabonneerden van een kleermaker, al de gelijkheid in het sociale die wij begeeren, is de voor iedereen open te stellen gelegenheid

70