Pagina:Frederik van Eeden-Johannes Viator(1895).djvu/58

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
54
JOHANNES VIATOR.

innerlijk toch niet missen kan, en trotsch is dat ik met haar speel. Ja, zij moet veel om mij geven, en niemand moet dat weten.

Marjon, hoe zal ik doen als ik ze zie. Ik moet hun hoofdjes in mijn handen hebben en tegen mijn borst drukken. Zij moeten tegen mij opklimmen als ik zit, druk en luidruchtig en vermoeiend. Hun lieve leden moet ik voelen overal—en hun handen om mijn hals. En zal ik ze dan kussen. Marjon, kussen op hun haar en op hun mond?

Voor hen, dat weet ik, moet mij niets te moeilijk of te gevaarlijk zijn. Als ik hen kan zien, moet ik alle andere dingen nalaten. Als ik hen bij mij kan hebben, moet ik alles verlaten. Voor hun plezier, moet ik alle andere plezier vergeten. Ook moet ik dan alle andere dingen en menschen vergeten. Er mag volstrekt niets zijn, waaraan ik met spijt denk als zij bij mij zijn. Als ik bijvoorbeeld hoorde dat mijn huis was afgebrand met mijn kamer en mijn vader en mijn moeder, dan zou ik daarvan geen verdriet moeten hebben als zij bij mij zijn. Als zij mij wilden steken met messen, zou ik mij goed moeten houden. Als ik op dood en leven moest vechten voor hen zou ik niet bang moeten zijn. Dat is goed. Zoo moet het.

Is het alles wel waar, Marjon? Verbeeld ik het mij niet? Is dit alles zoo echt en waarlijk in mij als ik