Pagina:Frederik van Eeden-Johannes Viator(1895).djvu/63

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
59
HET BOEK VAN DE LIEFDE.

een kind, zonder herinnering, niet verderziend dan hare horizon. Het verstand teekent aan in dorre lijnen den afgelegden weg. Maar de ziel verstaat die abstracties niet en kan niet meer zien wat voorbij is. Zij weet dan nog, maar de kleur is weg, de aandoening is weg, zij begrijpt niet.


In een kamer zag ik mijn kinderen weer en alles was vergeten, de zee, de sterrenhemel, de stad. Er was weder één ding het mooist, één ding van belang in al het bestaande. Mijn kinderen. Marjon.