Pagina:Heemskerck op Nova Zembla.djvu/162

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
NAAR HET VASTELAND
145
 

tezamen wel zeventig eieren vonden.

„Hm!" zei meester Hans en krabde zich het geleerde hoofd: „Hoe zullen we die mee nemen? Want het zou toch zonde en jammer zijn, om al die kostelijke eieren hier te laten liggen."

„Me dunkt," stelde de Kromme voor, „als één onze drie musketten droeg, dan konden de beide anderen er toch allicht een dertig van bergen."

„En de veertig overige, moeten we die hier dan maar laten liggen?" zuchtte meester Hans.

„Och wat," zei Jacob, „ik zie best kans ze alle zeventig mee te nemen."

Toen trok hij in een ommezien één van zijn drie broeken uit, bond de pijpen van onder dicht en stopte de eieren er in.

„Daar moet je jòngen voor wezen," zei meester Hans op weg naar huis tegen de Kromme. „Zie je, Lenaert, ik had dat idée ook gehad, maar voor een man van de wetenschap zou het toch minder gepast hebben, nietwaar?"

„Hm! wat een opsnijer," bromde de Kromme tusschen de tanden.

„Wat zeg je, kameraad?" vroeg Hans Vos.

„Ik zei, dat het een bijdehandte jongen is, meester!"

„Ja, ja, dat het ventje dagelijks van mijn omgang profiteert is best te merken."

Onderwijl liep Jacob in triumf met de eieren al een heel eind vooruit en dat ze aan boord hartelijk welkom waren is te denken. In een ommezien werden ze gekookt en half uitgehongerd als de arme kerels waren, smulden zij er van alsof zij bruiloft hielden.

Acht dagen lang waren ze gedwongen bij het Kruiseiland te blijven liggen en hun eenige troost was, dat zij van tijd tot tijd enkele vogels schoten of wat eieren vonden.

Intusschen beleefde Louw Willemsz nog een zonder-

10
Heemskerck op Nova Zembla