Pagina:Heemskerck op Nova Zembla.djvu/54

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
IJS, IJS, OVERAL IJS!
47
 

„Mannen," zei Heemskerck, „ik heb je bij elkaar laten komen, omdat ik wat belangrijks mee te deelen heb. Door je voor deze reis te laten aanmonsteren nam je meteen de verplichting op je, om naar vermogen mee te werken, het doel van den tocht te bereiken, àls het te bereiken viel. Trouw heeft ieder zich van dien plicht gekweten. Maar we zijn nu al Nova Zembla voorbij geweest, en nergens mochten wij nog een opening vinden. We mogen het er dus voor houden, dat die veronderstelde opening niet bestáát. Ik meen alzoo, dat we, in het besef van onzen plicht betracht te hebben, met een gerust geweten naar het vaderland mogen keeren, om aan onze lastgevers verslag van die bevinding te doen. We gaan dus naar huis!"

„Naar huis!" Murmelend ging dat woord langs de luisterende rijen.

„Naar huis!" Een gelukkige glimlach gleed over al die ernstige gezichten heen.

„Naar huis!" Het was als een tooverwoord, dat in alle gemoederen een groote blijdschap verwekte, die zich eensklaps jubelend moest uiten in een krachtig en driewerf: „hoezee!"

Toen nu den 25sten Augustus de zee wat ruimer was, omdat er een massa ijs met den stroom bleek weggedreven te zijn, dachten zij bezuiden Nova Zembla om,—door de Waygats,—aan alle verdere hindernissen en gevaren te ontkomen.

Het was duidelijk te zien dat de gedachte: „we gaan weer naar het Vaderland!" den moed dier mannen nog verhoogde en aan ieder nog grooter veerkracht schonk. En toch, ondanks al hun arbeid wisten de arme kerels niet verder dan tot de Stroombaai te sukkelen. Hier lag het ijs als een ondoordringbare muur. Geen voetbreed konden ze meer vooruit komen.

In 's Hemelsnaam dan maar weer terug, en getracht om straat Waygats langs het Noorden en Westen van