Pagina:Heemskerck op Nova Zembla.djvu/58

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
IJS, IJS, OVERAL IJS!
51
 

leid? Is niet ieder van ons overtuigd, dat menig gevaar ontgaan, dat aan menigen, schier zekeren dood ontkomen werd, alleen door zijn raad en zijn voorlichting? Ik geloof, dat er wel niet één onder ons is, die aan de ervaring en de groote kennis van onzen kloeken stuurman zal twijfelen.

Welnu mannen, vertrouw dan, naast God, op onzen wakkeren Barentsz, zooals ik op hem vertrouw."

„Ja, ja! Leve meester Barentsz! Leve onze wakkere stuurman!" riep het volk nu vol geestdrift uit.

„Bravo, mannen!" ging Heemskerck voort, „die luide geestdrift toont, dat ik me niet in je bedrogen heb. Laat ons dan aan meester Barentsz vragen, wat ons verder te doen staat."

Nu trad de geliefde stuurman naar voren. Hij was zichtbaar aangedaan door de warme hulde, die het geheele scheepsvolk hem had toegebracht en sprak, aanvankelijk met ontroerde stem: „Makkers, ik dank jelui voor dat bewijs van vertrouwen van daar straks, en wanneer God mij maar de kracht verleent, zal het aan mij niet liggen, zoo onze overwintering niet tot een goed einde wordt gebracht.

Maar—op het schip kunnen wij niet blijven. lederen dag kan het door de aandringende ijsschotsen verbrijzeld worden. Raadzaam zal het dus zijn, dat we op het vaste land een huis bouwen. Ook zullen we daarin beter dan in dit vaartuig tegen de felle winterkou en de wilde dieren beschermd zijn.

Ik zou geen zeeman moeten wezen, om niet met leedwezen tot de gedeeltelijke slooping van „De Volhouder" over te gaan, maar—wat moet dat moet!

Bovendien, de booten blijven ons toch immers nog altijd over? Als de zomer aanbreekt, kunnen we daarmee dus naar de Zuidkust van Nova Zembla komen. Gewoonlijk zijn daar, omstreeks dien tijd Russische visschers, die ons verder naar Cola of Archangel kunnen brengen.