Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/18

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 10 )

zoeken, moeten wij voorzeker haten." – De Roomſchen in de Meiërij kennen den Godsdienst der Proteſtanten in het geheel niet, en hierdoor leggen zij hun dingen ten laste, waaräan zij echter niet ſchuldig ſtaan, doch omdat zulks van de Ouders op de Kinderen word voordgeplant, en omdat de Priesters, of uit haat of uit domheid (verre de meesten zijn waarlijk blinde Leidslieden der blinden), zulks leren, daaröm moet het zeker zo wezen; wie 'er ſlechts aan twijffelen wilde, die is volſtrekt niet Katholijk.

Hoe kan men deze wanbegrippen onder de Roomſche Meiërijënaars ten keer gaan? Hoe zou men dit gevoelen, dat en tegen de Reden en tegen de gewijde Schriften ſtrijd, den bodem kunnen inſlaan? – Men moest zich op alle mooglijke wijzen toeleggen, om in dat Land meer liefde onder de Roomſchen jegens de Proteſtanten voord te planten; men moest hunne Godsdienſtige begrippen geheel en al zien te hervormen; men moest hen zo ver kunnen brengen, dat zij het volgende als bewezene ſtellingen, als onwederſpreeklijke waarheden, aannamen: "God heeft alle zijne ſchepſelen lief en derhalve ook alle Menſchen. Hij

be-