Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/20

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 12 )

gezegde van den Verlosſer: "Den Heer uwen God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen[1]," derhalve knielen zij niet voor Beelden noch bidden dezelven aan. Zij ſtellen goede Werken zeer zeker op enen hogen prijs, echter trachten zij 'er den Hemel niet mede te verdienen." – Deze ſtellingen moesten de Priesters in de Meiërij hunnen Gemeenten inſcherpen als waarheden, die onfeilbaar zeker zijn, dit zou terſtond den Godsdienst der Roomſchen een geheel ander aanzien geven, hij zou veel liefderijker, en dus meer met het Euängelie inſtemmend, worden. Een Proteſtant kan hier noch door ſpreken noch door ſchrijven iets uitvoeren; een Roomſche zal zijne gezegdens wel met woorden (dit heeft mij de ondervinding meer dan éénmaal geleerd) toeſtemmen, omdat hij 'er niets weet tegen in te brengen, doch in zijn hart zal hij alles ontkennen, en in zijne verkeerde begrippen blijven voordleven; een Ketter kan, vooräl in het ſtuk van den Godsdienst, nimmer waarheid ſpreken, men mag zich met hem in gene Godsdienst-verſchillen inlaten, en het best dat men

doen

  1. Matth. IV: 10.