Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/21

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 13 )

doen kan, is, om hem, als men hem niet kan wederleggen, maar alles toe te ſtemmen, en echter bij zijne eigene aangenomene denkbeelden ſtijf te blijven volharden. – Zo denkt ieder Roomſche.

Men denke niet, dat ik, door de bovenſtaande ſtellingen wil te kennen geven, dat men de Roomſchen hierdoor moest zoeken te overtuigen, dat 'er ene zeer naauwe overéénkomst en gelijkheid tusſchen den Hervormden en den Roomſchen Godsdienst gevonden word. Neen! ik wilde maar alleen de verkeerde begrippen, de valſche denkbeelden, die de Roomſchen over het algemeen omtrent de Hervormden koesteren, weggenomen hebben, dan zouden zij gewis den Proteſtanten meer liefde toedragen, en dan had men reeds veel, zeer veel gewonnen. Men moet derhalven mijn ſchrijven niet misduiden. – De Vader der Menſchen, het alles weldoend Opperwezen word bij alle Proteſtanten, en vooräl ook bij de Hervormden, meer in geest en waarheid gediend dan bij de Roomſchen; bij de laatſten is alles uitwendige pracht en luister; bij hen moet alles het oog verblinden, niets het hart raken; bij hen deelt Maria en andere Heiligen meer in den eerdienst dan

het