Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/36

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 28 )

ten dage maar al te ſterk bewaarheid in de Meiërij van 's Bosch; de levendige bewijzen zijn hier van voorhanden[1]: en – zo 'er nog niet ene kleine vrees voor tijdlijke ſtraf aldaar onder de Roomſchen plaats gegrepen had, het Bloed der Proteſtanten zou zeker daar reeds geweldig geſtroomd hebben. Ik ſpreek bij ondervinding. – En – wat zal 'er nog gebeuren, indien aldaar aan de nog in ſtilte woedende, vervolgzucht geen paal en perk geſleld worde?!

Wie, die een Mensch is, ſiddert niet op die gedachte?! "Duizende Menſchen liggen bedolven in enen ſtikdonkeren Nacht van het domſte, en niet alleen van het domſte maar van het kwaadaartigſte en vervolgzuchtigſte Bijgeloof." – lndien het Bijgeloof der Roomſchen in meergemelde Landſtreek zich

al-

  1. Men zie, ten bewijze, de Reize door de Majorij van 's Hertogenbosch in den jare 1798, als mede de 'Twede Reize' door dat Lan in 1799. Welker lezing door alle Proteſtanten, vooräl in deze dagen, hoogst belangrijk is. – Ik zou, indien het nodig ware, de, door den Schrijver dier Reizen naar waarheid verhaalde, Staaltjens van verre beſchoud heb, kunnen vermeerderen, maar dit is hier mijn oogmerk niet; die geächte Schrijver heeft reeds de ogen van velen geöpend.