Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/55

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 47 )

ik geen ander antwoord, dan het volgende 'er voor vinden. De Huwelijks-veréniging grond zich in mijn Vaderland zelden of liever noit op deugd en braafheid, of op overéénſtemming van charakter; men ziet een Meisjen, men bemint het op het eerst aanzien, ten minſten men verbeeld zich het te beminnen; men onderzoekt dan niet, of zulk een Meisjen verſtand en een braaf hart bezit, of hoe deszelfs inborst is, ô neen! men vraagt zich altijd, of zulk ene Vrouwperſoon, met welke men zich in den Echt wenscht te begeven, enig geld[1], waaraede men een begin kan maken, heeft? kan zij werken? verſtaat zij haren arbeid? deze vragen bij zichzelven voldoende beäntwoord hebbende, dan ziet men het Meisjen in zijn belang over te halen; het Meisjen doet van zijne zijde dezelfde vragen, en zijn die ook aan de wenſchen van hetzelve beäntwoordende, dan word het Huwelijk, zonder enig verder onderzoek, zeer ſchielijk geſloten. – Getrouwd en de eerſte driften bevredigd zijnde, dan word 'er zeer ſchielijk (en dit kan in een Huwelijk, op deze wijze aangegaan, niet anders

we-

  1. Reize door de Majorij in 1798. Bl. 116.