Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/79

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 71 )

wonen, veel minder beleefd- en dienstvaardigheid bezitten; dit ſchijnt uit deze twe oorzaken te ontſtaan: 1. omdat zij zichzelven, door den gedurigen omgang met de Stedelingen, als noodzaaklijke wezens beſchouwen, zonder welken men niet leven kan; 2. omdat zij eniger mate de gewoontens der Stedelingen naarvolgen en aannemen: dit is immers, over het algemeen, zeker, dat op het platte Land altijd meer dienstvaardigheid gevonden word, dan in de Steden.

Voor Vriendſchap, de edelſte aller menschlijke hartstogten, zijn zij niet vatbaar. – Zo lang de Meiërijënaar in den ſtaat der kindsheid verkeerd, ook even zo lang ſchijnt 'er ene zekere genegenheid, of, zo als men het zoude kunnen noemen, Vriendſchap jegens zijne ſpeelgenoten bij hem te heerſchen; maar deze edele hartstogt verflaaawt, bij het klimmen der jaren, en ſterft, helaas! eindelijk geheel en al weg. Dit ſchrijf ik aan twe oorzaken toe: 1. aan de Opvoeding, welke, gelijk wij bove[1] gezien hebben, niet ingerigt is, om edele driften, menschlievende gevoelens, in te boeze-

men;

  1. Bladz. 51.

E4