Pagina:Het Koninkrijk Deel 02 Neutraal (1969).djvu/13

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

KONINGIN WILHELMINA

geen kabinet aanvaard zou zijn, is duidelijk - maar is de beschuldiging ('inconstitutioneel') van de gegriefde de Jonge wel juist? Is een minister, zolang hij niet aftreedt, niet staatkundig verantwoordelijk voor alle daden van het staatshoofd, óók voor daden waarmee hij het niet eens is, a fortiori voor daden waar hij kennis van draagt en waar hij zich niet tegen verzet zoals in deze conflictsituatie het geval was!

De afloop is snel verteld.

Cort van der Linden hield zijn kabinet bijeen. Generaal Snijders bleef aan. De generaal kreeg van het volgend kabinet begin november eervol ontslag. En de Jonge was de enige minister uit het kabinet-Cort die geen onderscheiding ontving[1] - een verzuim waarvoor, uiteraard, de staatkundige verantwoordelijkheid niet bij de koningin lag maar bij de nieuwe ministers die opgetreden waren.



Het koninkrijk der Nederlanden in dc tweede wereldoorlog vormt het onderwerp van dit seriewerk. Van dat koninkrijk was Wilhelmina de koningin en haar koningschap was, in tegenstelling tot wat wellicht vele tijdgenoten dachten, allerminst een loutere formaliteit. Zij heeft zichzelf beschouwd als een gids van de natie. Zij is dat tot op zekere hoogte ook geweest, maar dat geldt dan toch vooral, zo niet uitsluitend, voor de periode die zij zelf later als de belangrijkste uit haar leven ging zien: de jaren der Engelse ballingschap. De gehele tweede wereldoorlog heeft zij als een worsteling ervaren die in betekenis slechts te vergelijken viel met de Tachtigjarige Oorlog waarin haar grote voorzaat Willem van Oranje grondvester geworden was van dc vrijheid der Republiek. Vandaar dat het ons gepast leek om, nu ons werk de drempel van het uitbreken van die tweede wereldoorlog overschreden heeft, dit deel met een hoofdstuk te openen dat aan koningin Wilhelmina gewijd is. Haar beleid tijdens de neutraliteitsperiode (onderwerp van dit tweede deel) en, straks, tijdens de meidagen van 194.0 (onderwerp van het derde) - het zou alles zijn noodzakelijke diepte en achtergrond ontberen wanneer wij niet eerst dc vrouw schetsten die op 1 september 1939, daags na haar negen-en-vijftigste verjaardag, getuige was van Duitslands aanval op Polen welke (daar maakte zij zich geen illusies over) inleiding zou worden tot een nieuwe wereldbrand.

  1. A.v., p. 49.

6