Pagina:Het Koninkrijk Deel 02 Neutraal (1969).djvu/38

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

DRIE RECHTEN

mededeling over hetgeen in het kabinet ter sprake gekomen was; alle belangrijke uitgaande stukken van het Foreign Office moesten tevoren aan de koning voorgelegd worden.[1] Het sprak vanzelf dat hij als hoofd van de uitvoerende macht de notulen van de kabinetsvergaderingen ontving die in Engeland het verhandelde adequaat weergaven. Leest men de levensbeschrijvingen van George V en George VI,[2] dan wordt duidelijk, hoe groot menigmaal (vooral geldt dat voor George V) hun feitelijke invloed was. Veelvuldige besprekingen tussen de vorst en de prime minister droegen daar toe bij. Er was, in wezen, binnen de Engelse uitvoerende macht harmonie.

Wilhelmina evenwel (men kan dat feit nauwelijks krachtig genoeg onderstrepen) begon haar regering onder de druk van de disharmonie welke ten onzent sinds 1848 ontstaan was, zich onder koning Willem III verder ontwikkeld had en daarmee, onbewust, een traditioneel element geworden was in het Nederlands staatsbestel. De notulen van de vergaderingen van de ministerraad die zij eens per maand ontving, waren, gelijk wij reeds vermeldden, gedenatureerd tot een zinloos document dat, op een enkele uitzondering na, over het werkelijke beleid van het kabinet geen grein informatie bevatte. Daarover werd dus ook niets systematisch vastgelegd. In welke mate de koningin over het ministerieel beleid inlichtingen ontving, ging afhangen van persoonlijke factoren: háár min of meer grote aandrang om ingelicht te worden, aan dc kant van de ministers de min of meer grote toeschietelijkheid om hun denkbeelden en plannen aan de vorstin te ontvouwen. De ene minister was zeer mededeelzaam, de andere niet. Het was een situatie die aan haar steeds waakzame achterdocht voortdurend nieuw voedsel gaf. Natuurlijk moest zij dagelijks tal van staatsstukken zien: ontwerp-koninklijke besluiten en ontwerpen van wet met de daarbij behorende adviezen van de Raad van State en memories van toelichting. Bij elk stuk kon zij om een nadere uitleg vragen of op wijziging aandringen; zij zal dat ook wel menigmaal gedaan hebben, jegens de ministers niet name in de vorm van de zg. blocnote's: velletjes uit een schrijfbloc waarop zij aan de ene kant haar vragen formuleerde terwijl de minister op de keerzijde moest antwoorden - dit was een systeem dat zij, afkerig van schriftelijke plichtplegingen, na de eerste wereldoorlog ingevoerd had.[3] Maar in Eenzaam maar niet alleen vormt die periode van de eerste wereldoorlog toch de enige waaromtrent zij zelf vermeldt dat er intensief contact was tussen haar en de

  1. H. Nicolson: King George V (1952), p. 388.
  2. J. W. Wheeler-Bennett: King George VI (1958).
  3. Koningin Juliana, 24 febr. 1969.

31