Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/112

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
100
DE ROL DER HONIGKLIERTJES IN DE BLOEMEN.


eten, rugwaarts door de nauwe opening terug, totdat zij zich op het bloemblad weer vrij voelt, waarna ze naar een andere bloem wegvliegt. Vangt men nu het diertje, zoo kan men duidelijk een groote hoeveelheid stuifmeel tusschen de haren op zijn rug waarnemen.

Vatten wij nu kort de voor- en nadeelen samen, die de beide beschreven vormen van Irisbloemen voor de bestuiving aanbieden, zoo zijn het de volgende. De wijdbloemige vorm (met afstaande stempelbladen) heeft het voordeel, dat hij door de in grooten getale voorkomende en bijna nooit ontbrekende hommels bestoven wordt, doch het nadeel, dat het bezoek van kleinere diertjes, vooral van Rhingia's voor hem zeer schadelijk is. De nauwbloemige vorm (met aanliggende stempelbladen) heeft het voordeel dat het bezoek der Rhingia's geen nadeel doet, doch regelmatige bestuiving tengevolge heeft. Daartegenover staat het nadeel dat de Rhingia's veel minder algemeen voorkomen en veel minder vlijtige bloemenbezoekers zijn dan de hommels, die van de nauwbloemige Irissen ten eenenmale uitgesloten zijn. Het schijnt dat deze voor- en nadeelen der beide vormen vrij wel tegen elkander opwegen, daar beide ongeveer even algemeen voorkomen. Tusschenvormen zijn daarentegen zeldzaam. De oorzaak hiervan is gemakkelijk na te gaan. Zij zouden toch de nadeelen van beide vormen in veel hoogere mate in zich vereenigen dan de voordeelen, en moesten dus in den strijd voor het bestaan telkens door de beide uiterste vormen verdrongen worden.

Terwijl de verborgen plaats van den honig aanleiding tot zeer belangrijke verschijnselen in het leven der bloem geeft, heeft dezelfde oorzaak bij onzen gewonen Doovenetel (Lamium album) en eenige andere planten een hoogst merkwaardige gewoonte bij sommige bloemen-bezoekende insekten doen ontstaan, die wij nu wenschen te bespreken. Müller, die het bedoelde feit het eerst bij tal van planten beschreven heeft, geeft daaraan den zeer toepasselijken naam van diefstal met inbraak.

De witte doovenetel heeft zijn naam te danken aan de spre-