Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/118

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
106
DE ROL DER HONIGKLIERTJES IN DE BLOEMEN.


slechts over, het een en ander over den reuk der bloemen mede te deelen.

Fig. 50.


Het leven der bloem (1900) p118 fig50.jpg


Bloem van Orchis mascula

In verreweg de meeste gevallen is de reuk der bloemen aangenaam voor den mensch. Dat hij dit ook voor de insekten is, blijkt daaruit, dat welriekende bloemen veel vlijtiger door insekten bezocht worden dan gelijksoortige bloemen, aan welke dit lokmiddel ontbreekt. Ja, de nauwkeurige onderzoekingen van Müller, die wij reeds meermalen aangehaald hebben, leidden tot het resultaat, dat de reuk der bloemen een veel sterker lokmiddel voor insekten is dan de fraaiste kleuren. Zoo worden de welriekende bloemen van de Akkerwinde (Convolvulus arvensis) verreweg sterker bezocht dan de veel grootere en door haar helder witte kleur veel meer in het oogloopende bloemen der Haagwinde (Convolvulus Sepium). Hetzelfde geldt van het welriekende Viooltje en de niet riekende soorten van viooltjes, die grootere en fraaier gekleurde bloemen hebben. Het is overbodig nog andere voorbeelden aan te halen.

Enkele bloemen rieken onaangenaam. Het doel hiervan is waarschijnlijk, de meeste insekten af te schrikken en slechts bepaalde soorten aan te lokken. Zoo ruikt een soort van Aronskelk (Arum Dracunculus) sterk naar rottend vleesch; dienovereenkomstig wordt zij door vleeschvliegen veelvuldig bezocht en bestoven.