Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/129

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
117
PLANTEN DOOR INSEKTEN.


reeds op een afstand gezien worden. De meeste soorten hebben geen reuk, haar kleur is dus het eenige middel om de voorbijvliegende insekten te lokken."

Fig. 57.


Het leven der bloem (1900) p129 fig57.jpg


Paardebloem.

G bloemhoofdje; H hetzelfde in knoptoestand;
I een afzonderlijke bloem, vergroot: K het vrucht-
dragende bloemhoofdje; K' een afzonderlijk
vruchtje met vruchtpluis; M vergroote en N
doorgesneden vrucht eener verwante soort; L
de beide stempels.


Een der meest bekende soorten van saamgesteldbloemige planten is zonder twijfel de gewone Paardebloem (Taraxacum ofticinale). Wat men bij haar gewoonlijk voor een enkele bloem aanziet, blijkt bij nauwkeurige beschouwing een groep van kleine bloempjes te zijn . Deze zijn alle aan elkander gelijkvormig. Zoo er soms in 't midden anders gevormde schijnen te staan, zijn dit de nog onontloken knoppen der jongste bloempjes. Een afzonderlijk bloempje (fig. 57.I) bestaat uit een groeten bloembodem, in welks holte het vruchtbeginsel met één zaad ligt. De kelk vormt hier een harig pluis, dat later zich op een langen steel verheft en als vruchtpluis een belangrijke rol bij de verplaatsing der vruchtjes door den wind