Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/151

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
139
HET ONTSTAAN VAN VRUCHTEN EN ZADEN.


Doch ook bij de oudste onbestoven bloemen brengen de zaadknoppen het tot geen verdere ontwikkeling. Ja, zoo men zorg draagt dat volstrekt geen bestuiving kan plaats vinden, zullen de bloemen verwelken en vergaan, voordat er eenige verandering in de jonge zaadknoppen te bespeuren is. Deze laatsten kunnen dus zonder andere hulp zich niet ontwikkelen.

Geheel anders, wanneer de bloem bestoven wordt. Zoodra het stuifmeel in het kleverige stempelvocht zijne buizen begint te maken en deze in het weefsel van den stempel doet indringen, beginnen de jonge zaadknoppen te groeien. Het is alsof de stuifmeelkorrels reeds nu een stof afzonderen, die, zich door het vruchtbeginsel verspreidende, overal den prikkel geeft tot krachtige ontwikkeling. Want niet alleen de zaadknoppen vormen nu hunne zaadhuiden, hunne kiemzakken en eicellen, ook de wand van het vruchtbeginsel begint aan te zwellen. De stuifmeelbuizen groeien langzaam, zij hebben eenige dagen noodig, voordat zij de zaadknoppen bereiken. Het aanzwellen van het vruchtbeginsel, dat natuurlijk met het bloote oog en zonder opensnijden zichtbaar is, schijnt reeds korten tijd na het eerste ontstaan der stuifmeelbuizen te beginnen. Weldra gaan daarmede allerlei andere bijkomende verschijnselen gepaard, b.v. het verwelken en verdorren der bloembladen. Ook ontrolt zich thans het vruchtbeginsel, dat kort te voren om zijn eigen as gedraaid geweest was om de bloem rechtop, d. i. met het lipje naar onderen, te doen staan. Als de bloem verwelkt is, is dit niet meer noodig, en de gedraaide toestand houdt op. Voordat de stuifmeelbuizen de zaadknoppen bereikt hebben, is dus de bloeiende bloem in een onrijpe vrucht overgegaan, en hebben de zaadknoppen zich in al hunne deelen volledig ontwikkeld. De eicellen zijn gereed voor de bevruchting, en de stuifmeelbuis behoeft nog slechts in den zaadknop in te dringen, om de ontwikkeling van rijpe, kiembare zaden te verzekeren. In dit geval zijn dus al de beschreven veranderingen in de vrucht en in de zaadknoppen gevolgen van de bestuiving, niet van de bevruchting.

Het is de moeite waard, dat wij bij dit merkwaardige, en voor menigen lezer wellicht eenigszins onverwachte feit nog