Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/152

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
140
HET ONTSTAAN VAN VRUCHTEN EN ZADEN.


iets langer blijven stilstaan, en eenige andere proeven beschrijven die de zoo even getrokken conclusie op in 't oog loopende wijze staven. Ik bedoel de gevolgen van bastaardbestuiving op de ontwikkeling van het vruchtbeginsel en de zaadknoppen der besproken planten. Hierbij zijn een aantal verschillende gevallen te onderscheiden. Het nauwst komen met het gewone, reeds beschreven geval die bastaardbestuivingen overeen, welke tot de vorming van rijpe vruchten met kiembare zaden aanleiding geven, gelijk zulks tusschen verwante soorten van hetzelfde geslacht voorkomt (bijv. Orchis mascula en Orchis militaris). Hier geschiedt de ontwikkeling der zaadknoppen en de eerste groei der vrucht vóór de bevruchting; de overgang der zaadknoppen tot zaden en de verdere groei der vrucht daarna. Vrucht en zaden onderscheiden zich in uiterlijk niet van de op gewone wijze bestovene, doch uit de zaden groeien later bastaarden op. Kiest men echter minder verwante soorten uit een zelfde geslacht, of soorten uit verschillende geslachten, om het stuifmeel der eene op den stempel der andere te brengen, zoo zijn de verschijnselen anders. Is het verschil der gekozen vormen niet te groot, zoo zenden de stuifmeelkorrels hare buizen in het stempelvocht en in het weefsel van den stempel, in grooter of geringer aantal naar het vruchtbeginsel. Dientengevolge gaan de zaadknoppen hunne ontwikkeling voortzetten, en begint het vruchtbeginsel aan te zwellen. Tot zoo ver heeft men dus hetzelfde gevolg als bij zelf bestuiving. Doch nu begint men verschillen te bemerken, die al naar gelang van de gekozen soorten grooter of kleiner zijn, doch allen daarin overeenkomen, dat er, niettegenstaande het begin van ontwikkeling der vrucht, geen rijpe zaden gevormd worden. Het zij mij veroorloofd enkele voorbeelden te noemen, die ik aan Orchideeën ontleen, welke bij ons in het wild aangetroffen worden. Slechts enkele der te noemen soorten worden niet bij ons, doch in aangrenzende landen waargenomen. Brengt men stuifmeel van het zoogenoemde Vrouwenschoentje, Cypripedium parviflorum, op den stempel der Salepplant, Orchis mascula, zoo ontwikkelen zich de zaadknoppen en de vrucht op geheel normale wijze. Doch er heeft geen