Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/17

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
5
BESTUIVING EN BEVRUCHTING.


waarop in al deze bloemen de bestuiving plaats vindt. Den schijnbaar toevalligen en soms zoo hoogst zonderlingen bouw der bloemen kunnen wij steeds verklaren, zoo wij slechts weten op welke wijze en onder welke omstandigheden de bestuiving in de onderzochte bloem plaats vindt.

Vooral het antwoord op de in 't begin gestelde vraag hangt nauw met deze bestuiving samen: het geopend zijn en het sterk in 't oog loopen der bloemen juist op den tijd, dat de bestuiving moet plaats vinden, is daarbij de eigenlijke quaestie. De groene kleur en de verscholen staat vóór en na dat oogenblik hebben klaarblijkelijk slechts ten doel, deze belangrijke deelen der plant aan het oog van allerlei dieren, vooral van vogels en insekten te onttrekken, die ze anders licht als voedsel zouden gebruiken of op eenige wijze beschadigen. Door welk voordeel, tijdens den bloei, deze laatste gevaren opgewogen worden, zullen wij weldra zien; vooraf willen wij de deelen, waaruit een bloem bestaat, nog iets nauwkeuriger leeren kennen. Deze kennis toch zal ons, zoowel in dit als in de volgende hoofdstukken, elk oogenblik te pas komen.

Fig. 3.

Bloem van het Hertshooi
(Hypericum perforatum).

De onderdelen, waaruit een bloem bestaat, zijn de bloembodem, de bloembekleedselen, de geslachtswerktuigen en de honigkliertjes. In de meeste bloemen komen al deze deelen te zamen voor; in sommige ontbreken één of twee der genoemden; slechts de bloembodem ontbreekt nooit. Deze toch is eenvoudig de top van den bloemsteel, waarop de overige deelen zijn ingeplant. Nu eens wijkt deze top in vorm ternauwernood van den steel af, in welk geval de overige bloemdeelen alle schijnbaar op één punt vastgehecht zijn (fig. 3); dan weêr is de bloembodem schijfvormig verbreed of komvormig uitgehold. In het laatste geval kan hij van boven