Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/40

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

28

DE MEELDRADEN EN HET STUIFMEEL.



heden in vochtige aarde komt, ontkiemt het, en de kiem wordt tot een nieuwe plant.

Uit dit alles blijkt dus ten duidelijkste, van hoe groot belang zoowel de bestuiving als de bevruchting voor de voortplanting der soort zijn.

 


II


DE MEELDRADEN EN HET STUIFMEEL.


In het vorige hoofdstuk hebben wij gezien dat voor het ontstaan van vruchten en zaden de samenwerking van tweeërlei organen noodig is, die gewoonlijk beide in een bloem worden aangetroffen, niet zelden echter van elkander gescheiden in verschillende bloemen voorkomen. Het deel, dat later tot vrucht uitgroeit en in zijn inwendige holten de kiemen der zaden bergt, is de stamper, of in vele gevallen het onderste, belangrijkste deel des stampers. De genoemde kiemen der zaden kunnen zich slechts dan tot werkelijke, rijpe zaden ontwikkelen, wanneer haar daartoe de medewerking verleend wordt van het stuifmeel, dat in de meeldraden gevormd en toebereid wordt. Waarin deze medewerking bestaat, hebben wij uitvoerig uiteengezet: thans willen wij nader kennis maken met de organen die het stuifmeel bereiden, en met dit poeder zelf.

In het meest eenvoudige geval bestaat een meeldraad uit twee deelen: een dun steeltje en een dikker, meestal langwerpig knopje. Sints oude tijden worden deze deelen de helmdraad en het helmknopje genoemd. Het helmknopje is zelf weer uit twee, overlangs gelegen helften samengesteld, die hol zijn en helmhokjes heeten, en welke door een helmbindsel, zoowel aan elkander als aan het steeltje verbonden zijn. Zoowel de vorm van het knopje als zijne verbinding aan het steeltje vertoont bij verschillende plantensoorten tamelijk veel verschil. Ook is deze verbinding nu eens een meer vaste, gelijk bij de meeldraden van Iris (fig. 17), dan weer een lossere, zoodat het