Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/63

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
51
DE MEELDRADEN EN HET STUIFMEEL.


geheel nuttelooze wijze zou verloren gaan. Onder deze oorzaken is in de eerste plaats de regen te noemen, die licht het vrij aan de oppervlakte der opengesprongen knopjes klevende stuifmeel zou afslaan of ten minste bevochtigen, welk laatste een barsten der stuifmeelkorrels tengevolge kan hebben. Tevens zijn de helmhokjes onder hun beschermend dak veilig voor allerhande insekten, die, zooals vele torren en enkele soorten van bijen en wespen, de bloemen bezoeken om het stuifmeel weg te halen, en zich daarmede te voeden, zonder daarbij aan de bloem den wederdienst der bestuiving te bewijzen. Onder den helm ontsnappen de meeldraden geheel aan het oog dezer schadelijke gasten, en de bloemen zijn dus voor hun bezoek vrij veilig. Het moge genoeg zijn, deze redenen opgegeven te hebben. Dat werkelijk de bescherming een zeer volkomene is, ziet men daaruit dat de Salvia-bloemen slechts twee meeldraden, elk met slechts één betrekkelijk klein stuifmeelhokje, hebben, en dat zij dus in vergelijking met andere planten zeer weinig stuifmeel voortbrengen. Desniettegenstaande dragen zij even rijkelijk zaad als andere planten, een bewijs, dat hare bestuiving minstens een even zekere is, als zij bij andere gewassen tengevolge van een overmaat van stuifmeelpoeder zijn kan.

Geheel andere bewegingen voeren de meeldraden der gewone Berberis uit. De Berberis is een heester, die bij ons in de duinstreek niet zelden gezien wordt, en om hare aangenaam zuur smakende roode bessen vrij bekend is. Deze bessen, die eerst in het late najaar rijp worden, zijn lang-ovaal van vorm en tot talrijke kleine hangende trosjes vereenigd. Zij ontstaan uit kleine gele bloempjes, die in de maand Mei veelvuldig door allerlei insekten, maar vooral door honigbijen in grooten getale bezocht worden. Deze bloempjes hebben een zeer eenvoudigen bouw. Zij hebben den vorm van een zeer wijde klok, bijna van een halven bol, en bestaan uit zes kelkbladen, zes bloembladen, zes meeldraden en een stamper. De meeldraden liggen dicht tegen de bloembladen aan, en dus zoo ver mogelijk van den stamper verwijderd. Op te merken valt nog, dat de bloemen een hangenden stand hebben, en