Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/64

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
52
DE MEELDRADEN EN HET STUIFMEEL.


daardoor, zoowel als door haren klokvorm, den honig en het stuifmeel tegen den regen beschermen.

De meeldraden der Berberis zijn prikkelbaar. Dat wil zeggen, dat zij ten gevolge van een uiterst zwakken stoot of een zachte aanraking plotseling een beweging maken. Bij deze beweging springen zij evenals die der boven besproken Kalmia (fig. 26 op blz. 46), uit hun rusttoestand op de bloembladen, met groote snelheid naar het midden der bloem toe. Zoo nu een honigbij de bloem bezoekt, en zich met hare pooten aan den stamper en de onderste deelen der helmdraden wil vasthouden, springen in eens de meeldraden met hunne geopende helmhokjes naar binnen, en slaan van alle kanten tegen de bij aan. Daarbij wordt het vrij losse stuifmeel in de lucht geworpen, en komt dus voor 't grootste deel op het harige lichaam der bij terecht. Men heeft waargenomen, dat deze beweging een zoo heftige was, dat de bij ten gevolge daarvan terstond de bloem ontvliedt, zonder, gelijk zij in andere bloemen doet, eerst al den honig op te zuigen. Men zag bijen van de eene bloem der Berberis naar de andere vliegen, en telkens hetzelfde lot ondergaan. Hun aan alle kanten rijk met stuifmeel beladen lichaam gaf daarbij steeds genoegzame hoeveelheden van dit poeder aan de kleverige stempels af, maar de honig, die andere planten rijkelijk als belooning aan de bijen afstaan, werd haar hier geweigerd en als het ware bewaard om nieuwe bezoekers aan te lokken en zoo de zekerheid der bestuiving zoo mogelijk nog grooter te maken.

Wij willen deze gelegenheid niet voorbij laten gaan, zonder eenigszins nader kennis te maken met de oorzaken van de prikkelbaarheid dezer meeldraden. Vooreerst valt op te merken dat deze geheel andere zijn als bij Kalmia, waar eenvoudig de gespannen meeldraden met hun helmhokjes uit kleine holten in de bloemkroon door de insekten worden los gemaakt. Bij de Berberis staan de meeldraden vrij, hun helmdraad is prikkelbaar, doch alleen aan de binnenzijde; alle andere deelen en kanten van den meeldraad kan men aanraken, zonder dat er eenige beweging op volgt. Zoo men echter in een geopende Berberissenbloem met de punt eener speld den