Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/65

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
53
DE MEELDRADEN EN HET STUIFMEEL.


binnenkant van een meeldraad voorzichtig even aanraakt, dan ziet men het orgaan plotseling opspringen. Daarbij kromt zich het onderste, ongeveer 2 mm. lange deel van den helmdraad zeer sterk, zoodat de kromming met het ongewapende oog gemakkelijk te zien is.

De oorzaak dezer plotselinge beweging ligt in een spanning, welke er tusschen de verschillende zijden van den meeldraad heerscht. Elke zijde tracht zich uit te strekken, en zich daardoor over de tegenoverliggende zijde heen te krommen. In den toestand van rust houden de verschillende zijden elkander in evenwicht. Doch zoo men nu de binnenzijde prikkelt, wordt deze daardoor verslapt en kan dus aan het streven der buitenzijde geen weerstand meer bieden. Deze kromt zich, en daardoor den geheelen meeldraad, naar het binnenste der bloem toe. Even als de stijfheid van frissche plantendeelen op hun watergehalte en de slapheid van verwelkende deelen op verlies van water berust, evenzoo is het ook met de spanning der verschillende zijden van de meeldraden der Berberis gelegen. Zoolang alle zijden nog vol water zijn, houden zij elkander in evenwicht; zoodra eene zijde water verliest, wordt zij slap en kan de tegenoverliggende zich krommen. Werkelijk is het slapworden door prikkeling eenvoudig aan zulk een waterverlies toe te schrijven. Deze stelling kan door omzichtig genomen proeven rechtstreeks bewezen worden. Hiertoe snijdt men den helmknop boven het prikkelbare deel van den helmdraad af. Daarbij blijft de meeldraad onbewegelijk. Nu raakt men den helmdraad even aan, zoodat hij zich kromt. Op de wondvlakte treedt een droppel vocht te voorschijn, dat klaarblijkelijk uit het slap geworden weefsel uitgestooten wordt. Deze druppel is echter slechts een klein deel van het verloren vocht, het andere deel ontwijkt aan den voet van den helmdraad in het weefsel van den bloembodem. Het is overbodig op te merken, dat voor een zoo fijne proef tal van voorzorgen genomen moeten worden, die ik hier onmogelijk alle mededeelen kan. De belangrijkste zijn, dat de geheele bloemtros overvloed van water in zich bevatten moet, en dat de omgevende lucht vochtig genoeg is om snelle verdamping te beletten.