Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/67

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
55
DE MEELDRADEN EN HET STUIFMEEL.


Allen hebben kleine bloempjes, die in grooten getale tot bloemhoofdjes vereenigd zijn. Het zijn deze bloemhoofdjes, die door leeken gewoonlijk voor bloemen worden aangezien, en vandaar den naam van samengestelde bloemen ontvangen hebben. In de eigenlijke bloempjes zijn de meeldraden steeds vijf in getal, en hunne helmknoppen zijn tot een nauwe buis vergroeid, gelijk fig. 20 duidelijk aantoont. Bij de beschrijving dezer figuur werd reeds opgemerkt, dat de stuifmeelhokjes zich aan de binnenzijde der buis openen, en het stuifmeel dus binnen in de buis ontlasten. Hoe dit poeder uit de buis verwijderd wordt, willen wij thans eenigszins nader uiteenzetten, om daarbij de prikkelbaarheid der meeldraden zelve te bespreken. Ik volg daarbij de uitvoerige beschrijving, die van deze verschijnselen, voor meer dan een eeuw (1766), door een der beroemdste plantenphysiologen, Koelreuter, den ontdekker der planten-bastaarden, gegeven is.

Men neemt waar, dat de stamper nog tijdens den bloei der kleine bloempjes, welker vereenigde menigte de bloemen der distels uitmaakt, sterker dan alle overige deelen in de lengte groeit. Aanvankelijk met zijn top onder de buis der meeldraden, dringt hij zich bij zijn groei met alle kracht door deze buis heen, en moet daarbij het stuifmeel, dat reeds uit de geopende helmknopjes in de buis gestort is, voor zich heen schuiven. Daardoor worden de helmdraden natuurlijk zeer gespannen en er toe gebracht hun prikkelbaarheid te toonen. Deze bestaat daarin, dat de helmdraden zich bij de minste aanraking aanzienlijk verkorten, en daardoor de buis der helmhokjes met groote kracht naar beneden trekken. Deze beweging kan men door hetzelfde bloempje verscheidene malen laten herhalen, als men het slechts na elke beweging, vóór de nieuwe prikkeling, een korteren of langeren rusttijd gunt, al naar gelang het weder warm of koud is. Deze zelfde omstandigheid bepaalt ook de kracht der beweging. Dikwijls heeft een bloempje, na volbrachte beweging, een gedrongen stelling bekomen, wat steeds het geval is zoo een of twee der meeldraden zich sterker of omgekeerd minder sterk samengetrokken hebben dan de andere en de buis daardoor in een