Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/73

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
61
DE MEELDRADEN EN HET STUIFMEEL.


Door buigingen in den dunnen steel nemen de stuifmeellichaampjes weldra zulk een stand aan, dat zij bij het volgend bezoek van het insekt aan een soortgelijke bloem tegen den stempel aangedrukt worden. Daar deze nu met nog taaier klevend vocht bedekt is, dan de stof is welke de stuifmeelkorrels tot een klompje vereenigt, zal bij het wegvliegen van het insekt het klompje scheuren, en een deel der korrels op den stempel blijven, waar zij dan hunne bevruchtende werking kunnen aanvangen. Vliegt een insekt zoo van de eene Orchis-bloem naar de andere, zoo verzamelt het steeds meer van deze klompjes op zijn kop en op zijn bek. Wanneer men in Mei op een weiland waar zulke Orchideeën in menigte groeien, gelijk niet zelden voorkomt, insekten vangt, dan is het niet moeilijk op den langen roltong der gevangen vlinders deze klompjes in grooten getale te vinden.

Wil men zich nog verder overtuigen, dat werkelijk deze klompjes zich gemakkelijk aan dieren hechten, die in de bloemen kruipen, dan kan men dit op de volgende wijze nabootsen. Men plaatst een bloem eener inlandsche Orchis-soort zóó voor zich, als fig. 32 aanwijst, en overtuigt zich of de stuifmeelklompjes nog op hun plaats in den meeldraad liggen. Is dit het geval, dan houdt men een potlood met lange punt voor de bloem, en steekt het voorzichtig in de wijde opening der buis. Weldra drukt het potlood tegen het vooruitstekende knopje aan, dat in de figuur het ondereind van den meeldraad uitmaakt. De wand van het knopje wijkt, terwijl het potlood er langs schuift, achterwaarts, en de beide hechtschijfjes der stuifmeelklompjes komen te voorschijn en hechten zich aan het potlood. Men houdt alles nu eenige seconden in rust, om den tijd na te bootsen, dien het insekt voor het zuigen van den honing noodig heeft, en trekt dan het potlood voorzichtig terug. De beide stuifmeellichaampjes verlaten hunne hokjes en gaan mede. Let men nu nauwkeurig op wat er verder gebeurt, zoo ziet men de steeltjes zich voorover buigen, en de klompjes, die eerst rechtop stonden, naar de punt van het potlood toe bewegen. Men kan nu verder gaan, en het potlood in een volgende bloem brengen, daarbij zorg dragende, dat men het