Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/76

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

64

DE MEELDRADEN EN HET STUIFMEEL.



stuivend poeder, dat als kleine wolkjes voor den dag komt. Dienovereenkomstig is hare oppervlakte, onder het mikroskoop gezien, glad. Zulk een onderzoek leert ons echter tevens, dat de korrels niet enkelvoudig zijn, maar samengesteld (fig. 35). Elke korrel bestaat uit vier kogelronde cellen, die elk met een enkelvoudige stuifmeelkorrel eener andere plant overeenkomen. Aan dit kenmerk kan men het stuifmeel der heiplantjes onder het mikroskoop gemakkelijk herkennen.

Fig. 34.     Fig. 35.
Het leven der bloem (1900) p076 fig34.png
 
Het leven der bloem (1900) p076 fig35.png
Meeldraad van een heiplantje, met de aanhangselen. Stuifmeel der heiplantjes.

Opent men voorzichtig de bloemkroon van onze inlandsche Dopheide, of van een der veelvuldig in kamers en in broeikassen bij ons gekweekte kaapsche heiplantjes, zoo kan men den natuurlijken stand der meeldraden en des stampers bespieden. Men ziet dan, dat de stijl zóó lang is, dat de stempel juist in den mond der bloemkroon komt te staan. Elk insekt, dat zijn zuiger in een bloem steekt om den honig te verzamelen, moet dus noodzakelijk den stempel aanraken. Deze nu is rijkelijk met kleverig vocht bedekt, waardoor ook de bek en de kop van het dier kleverig worden. Rondom den stijl staan de meeldraden; de aanhangselen hunner helmknopjes staan naar buiten gericht en dwars op de as der bloem. Ook