Pagina:Het leven der bloem (1900).djvu/85

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
73
VOOR DE BESTUIVING DOOR INSEKTEN.


is gemakkelijk na te gaan. Vooreerst springt in het oog, dat zij voornamelijk die soorten van insekten treft, die hetzij door de kortheid van hunne monddeelen, hetzij door het gemis van een genoegzaam ontwikkeld instinkt, slechts zulken honig verzamelen, die geheel open in een bloem ligt, en dit vocht, zoo het eenigszins diep in de bloemen verborgen is, niet kunnen bereiken of niet kunnen opsporen. Tot deze uitgebreide groep van insekten behooren nu in de eerste plaats een groot aantal kevers, die de bloemen slechts bezoeken om er honig te verzamelen en stuifmeel te eten, zonder daarbij iets tot de bestuiving der bloemen bij te brengen. Noch hun lichaamsvorm, noch hunne gladde huid is voor de laatstgenoemde werkzaamheid geschikt. Vele van hen eten daarbij niet slechts stuifmeel, maar ook de stuifmeelhokjes, ja niet zelden de geheele meeldraden en de fijnere deelen der stampers. Deze dieren zijn dus niet alleen als nutteloos, maar zelfs als bepaald schadelijk voor de bloemen te beschouwen. Het kan dus voor een bloem slechts voordeelig zijn, zoo zij zoo gebouwd is, dat dezen bezoekers de toegang tot den honig en tot de meeldraden belet of ten minste moeilijker gemaakt wordt.

Tegelijk met de kevers worden echter ook de meeste soorten van vliegen, ja enkele vormen van bijen en wespen, van het genot van den honig uitgesloten. Hier is het voordeel niet zoo boven allen twijfel verheven. Dit moet dan ook trouwens daarin gezocht worden, dat de bloemen, wier honig slechts voor hommels en bijen toegankelijk is, er geheel op ingericht zijn door deze dieren bestoven te worden. De zeer bepaalde lichaamsvorm dezer dieren, de bepaalde gewoonten, die zij bij het bezoek der bloemen volgen, maken het mogelijk dat de kans om door hen bestoven te worden voor een bloem des te zekerder is, naarmate haar vorm meer bepaald voor dien der insekten en voor hunne gewoonten ingericht is. De algemeene regels, die wij bij deze innige betrekking tusschen de bloemen en de insektensoorten die ze bestuiven opmerken, laten zich gemakkelijk in enkele woorden aangeven. In de eerste plaats toch is de honig meest juist zóó diep verscholen, dat zij door de bevoorrechte bezoekers gemakkelijk bereikt