Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/139

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

128

den aard van het menschelijk bewustzijn aan ons voordoet.

Hadde Kant in die richting zijn arbeid voortgezet, hadde hij, verder bouwend op de grondstelling: dat elk begrip elke voorstelling mede bepaald wordt door den aanschouwenden geest zelf, zijn kritiek met ijzeren consequentie verder uitgewerkt, hij zou destijds reeds volgens de bespiegelende methode hebben benaderd een nog veel subtieler onderscheiding. Hij zou begrepen hebben het—binnen den kring van het algemeen menschelijke—verstandelijk afhankelijk zijn ook van den aard en de hoedanigheid der dingen, die op eiken aanschouwenden geest van de geboorte af inwerken .... in dien zin dat niet alleen de oorspronkelijke voorwaarden door hem opgenoemd, ruimte en tijd verbonden zijn aan het menschelijk waarnemen, maar tevens de verschillende en speciale onderdeelen van andere voorwaarden, krachtens het zoo ingewikkeld en maatschappelijk bestaan met zijn arbeidsverdeeling en zijn verscheidenheid van groepen en klassen. Die verscheidenheid van groepen schept niet ééne maar vele werelden, niet ééne maar vele realiteiten in ééne, regelend de werkingen en voorstellingen der geestelijke zintuigen.

Evenals Hegel speculatief benaderde het begrip van ontwikkeling door synthese-vorming van tegenstellingen in natuur en geschiedenis, een begrip dat later pas door de ervaringswetenschap werd bevestigd, evenzoo hadde Kant—gegeven zijn kritische methode—kunnen worden de speculatieve verkondiger van een