Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/151

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

140

En die dialectische ontwikkeling, zich voor ons kenvermogen openbarend in de geologische en biologische verschijnselen, doet zich in nog scherper afgeteekende vormen voor in de wereld van den arbeid en de wereld der gedachte.

"De kapitalistische productie," zegt Marx, "wekt ten leven haar eigen negatie met die noodwendigheid die de natuuromwentelingen kenmerkt."

Met dezelfde noodwendigheid hebben de in vroegere eeuwen bestaande productievormen hun eigen negatie verwekt. Afgezien nu echter van de materieele of feitelijke wentelingen in de productievoorwaarden, zijn het op 't gebied van het ideëele de misbruiken, de machtsovertredingen, die te allen tijde bij de onderdrukten opstand en verzet deden ontstaan. Zoo verwekt thans het kapitalisme en zijn duldelooze tirannie het verzet tegen het loonstelsel, voedt het dag aan dag dien vrijheidsdorst, dien het proletariaat behoeft, om den huidigen wereldstrijd te voeren. Evenzoo zijn het de uitspattingen van gezag en overheersching, en de jammer en ellende der onderdrukten, die door alle eeuwen heen de groote humanitaire stroomingen verweekten. De Christelijke leer met haar anathema's over de woekeraars en Mammon-dienaren en haar evangelie der armen, is niet anders denkbaar dan als reactie op de tirannie van den individueelen eigendom en liet genadeloos vertrappen der economisch onmachtigen.

De ethiek, in den vorm waarin ons cultuurleven die deed opbloeien, verschijnt ons in groote trekken als de terugslag op de uitoefening van het recht van den