Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/154

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

143

Evenzoo wordt ondenkbaar het gansche zedelijkheidsstreven gebaseerd op de prostitutie, wanneer het economisch recht van den sterkste zal hebben opgehouden te bestaan. Prostitutie in elken vorm, d.w.z. het verkoopen, het veil hebben voor geld van lichaam of geest, een verschijnsel zoo sterk karakteriseerend den volbloei van het kapitalistisch tijdperk, dat men eenmaal de negentiende eeuw de eeuw van de prostitutie zal kunnen noemen, zij kan niet voortleven wanneer de hartader van haar bestaan: economische overmacht, haar geen prooi meer verschaft.

De zedelijkheidsbonden en zedelijkheidscongressen, met zoo angstvallige zorg spreidend een dicht weefsel van ideologie over de oorzaken van een kwaad, dat elk jaar honderden slachtoffers meer eischt dan het jaar te voren, vertegenwoordigen mede een dier eigenaardige uitingen van de hedendaagsche moraal, op welke het verre nageslacht zal terugzien, zooals wij thans terugzien op dergelijke pogingen van de eerste Christenen in het oude Rome. De moraal-predikers zijn zoo ijverig bezig met de bestrijding der symptomen, dat de zetel der krankheid zelve voor hen onzichtbaar blijft. Derhalve komen, voor elken van bovenaf geredde, tallooze nieuwe slachtoffers in de plaats. Het is als een voortdurend opborrelen van den wereldmodder in alle cultuurlanden door honger en slavernij en demoralisatie gevormd.

* *
*

Droomen van ziel, geboren uit de onbevredigdheid