Pagina:Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants Cesare Ripa 1644.djvu/251

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
229
229
’t Overwinnend Romen.      Roma Vittoriosa.

Roomſche Rijck, de kooren-ayren voor de overvloet van de deughdelijcke gedachten. De Wolvinne mette twee gebroeders Romulus en Remus vintmen in verſcheyden onſeeckere Medaglien, voor de voeten van Romen, ſittende op een rad en een deel waepenen, mogelijck dat het de Herder Faustulus ſal weſen, en de twee vleugels die daer in ’t midden vliegen, worden voor exters genomen, maer veel eer maghmen die houden, voor een geluckigh voorſpoock van Romen. De Wolvinne ſtaet oock aen de weerſyde van de Medaglien van Veſpaſianus en Domitianus mette tweelingen uytgedruckt, waer van Virgilius ſeyt, Æneid. octava, Fecerat & Virid.


Roma Vittoriosa. ’t Overwinnend Romen.


ROmen ſal ſitten op drie ſchilden, maer het middelſte ſal op ſijn kant ſtaen, om het bovenſte te draegen, waer op dat Roma ſal ſitten, maer het derde ſal tegens den grond leggen: mette rechter hand om hoogh, ſalſe aen een lange ſpies leunen, achter deſe beeldeniſſe van Romen ſtaet de Victorie of Overwinninge gevleugelt, die mette rechter hand boven Romen een Lauwerkrans hout, gelijck in verſcheyden Medaglien te ſien is.

Van het Overwinnend Romen, is maer al te veele ſtof om van te ſpreecken. Van de Victorie die Romen kroont, ſeyt Turnebus, dat de Oude de Victorie gevleugelt maelden, als die uyt den Hemel vloogh, en cierde de uytkomſte van haere daeden.

De Egyptenaers willende dieſelve afmaelen, maeckten eenen Adelaer, om datſe alle andere Vogelen overtreft, en om dat de Victorie de Heyrkrachten der Vyanden overwint, ſoo wortſe gevleugelt, als een Adelaer, afgebeeld. Alhoewel die van Athenen dieſelve ſonder vleugels afmaelden, om datſe niet wilden datſe van haer Vaederland vloge. De afbeeldinge mette vleugels koſt den Romeynen wel te kennen geven, dat de Overwinninge ſnel en vluchtigh was, en derhalven, datſe ten hooghſten met alle dapperheydt nae heerlijcke daeden moſten trachten, ten eynde de Victorie niet quam te vervliegen. ’t Is twijfelachtigh, of men oock het geene dat door de Victorie verkregen is, altoos kan behouden. Hier uyt komt het, dat de Overwinninge bloods beens wort gemaelt, opgeheven zijnde, gelijckſe de Poeet Prudentius beſchrijft, als dieſe niet wiſt vaſt te maecken.

Het Roma Vincitrice van den Keyſer Titus, ſit op een roof, hebbende in de rechter een tack, in de ſlincker een ſpies, met dit opſchrift Roma Victrix.

Roma Felice, het geluckigh Romen, van den Keyſer Adrianus, is een ſittende Vrouwe, die in de rechter hand een Lauwertack heeft, als overwinnende, en in de ſlincker een ſpieſſe als een ſtrijdbaere. Oock een ander van Adrianus, daer een Vrouwe ſit met een Helmet op ’t hoofd, in de rechter hand een blixem, en in de ſlincker een Rijxſtaf, tot bewijs van de Heerſchappye des geheelen Werrelts, mette woorden Roma Felix.

Roma Rinaſcente, het nieuwgeboren Romen van den Keyſer Galba, wort afgebeeld met een Helmet op ’t hoofd, houdende in de rechter hand Victoria.

Fulvius Vrſinus ſtelt een ander Medaglie, waer in Romen geſtelt wordt met een beknopt kleed boven de knien, als of het wandelde, met brooskens aen de beenen, een Helmet op ’t hoofd, houdende mette ſlincker een Spies, die van achteren mette ſpits verheven is, en die achter de ſchouderen boven het Helmet komt, houdende mette rechter hand de Victorie gevleugelt, die met een verheven rechter hand, haer een Lauwer-krans opſet, mette ſpreucke, Roma Renaſcens.

Roma Riſorgente, het wederopſtaende Romen, een ſtrijdbaere beeldeniſſe, hebbende mette rechter hand de Victorie of Overwinninge, en mette ſlincker de Spieſſe, Roma reſurgens, &c.


Roma Æterna. Eeuwigh Romen, van den Keyſer Iulius Æmilianus.


EEn ſtaende beeldeniſſe met een Helmet op ’t hoofd, houdende in de ſlincker hand een ſpies met een driekant yſer op de ſpits, in de rechter een globe, waer op een vogel ſtaet met een langen nebbe, en aen de voeten is een ronde kloot. Een Medaglie van den Keyſer Julius Æmilianus metten tijtel Romæ Æternæ.

F f      3                  Iulius