Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/251

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

243

Dr. Leete was dien middag uitgegaan en ik sprak hem eerst later. Hij was blijkbaar niet geheel onvoorbereid op de mededeelingen die ik hem deed, en hij schudde mij hartelijk de hand.

—"In gewone omstandigheden, Mijnheer West, zou ik zeggen dat deze stap wel wat onbesuisd gedaan was, maar dit zijn zeker geen gewone omstandigheden. Bovendien, openhartig gesproken," voegde hij er glimlachende bij, "moet ik u zeggen dat als ik u gaarne mijn toestemming geef, u niet te dankbaar moet zijn, aangezien ik vind dat mijn toestemming een bloote formaliteit is. Van het oogenblik dat het geheim van het medaillon ontdekt was, moest het wel zoo gebeuren. En ik geloof dat als Edith er niet geweest was om het gegeven woord van haar overgrootmoeder in te lossen, zelfs mijn vrouw niet veilig zou geweest zijn."

Dien avond baadde de tuin in maanlicht, en Edith en ik wandelden tot middernacht heen en weer en trachtten ons te wennen aan ons geluk.

"Wat zou ik gedaan hebben als gij niet om mij gegeven hadt!" zeide zij. "Ik vreesde er voor. En ik voelde dat ik voor u was bestemd. Dadelijk toen gij het leven terug hadt gekregen, was ik er zeker van dat zij mij bevolen had voor u te wezen wat zij niet kon zijn, maar dat kon enkel gebeuren als gij het zoudt willen. O, hoe graag had ik het u dien morgen gezegd, toen gij zoo vreeselijk vreemd waart bij ons, wie ik was, maar ik durfde er niet over spreken, noch door vader of moeder..."

—"Was dat het dus dat ik niet van uw vader hooren mocht!" riep ik uit, het gesprek bedoelende dat ik had gehoord toen ik voor het eerst wakker werd.

—"Natuurlijk," antwoordde zij lachende. "Hadt gij dat