Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/271

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

263

die zich verkoopen voor brood. Waarmede hebt gij uwe ooren verdoofd dat gij deze jammervolle geluiden niet verneemt? Ik hoor niets anders."

Een stilte volgde op mijn woorden. Een passie van medelijden had mij doen beven terwijl ik sprak, maar toen ik rondzag in het gezelschap, zag ik dat, verre van geroerd te zijn zooals ik, hunne gezichten een koude en harde verwondering toonden, bij Edith vermengd met pijnlijke ontsteltenis, bij haar vader met toorn. De dames wisselden verontwaardigde blikken, terwijl een van de heeren zijn lorgnet had opgezet en mij bestudeerde met wetenschappelijke belangstelling. Toen ik bemerkte dat dingen die voor mij zoo ondraaglijk waren, hen in het minst niet bewogen, dat woorden die mijn hart hadden week gemaakt toen ik ze uitsprak, hen enkel hadden boos gemaakt op den spreker, was ik eerst met verbazing geslagen en werd daarna overweldigd door een onbeschrijfelijke flauwmoedigheid. Wat hoop was er voor de ellendigen, voor de wereld, als nadenkende mannen en liefhebbende vrouwen niet ontroerden bij dingen als deze! Toen bedacht ik dat 't mogelijk moest wezen omdat ik niet goed gesproken had. Ik had de zaak zonder twijfel averechts voorgesteld. Zij waren boos omdat zij dachten dat ik hun verwijten deed, terwijl God weet dat ik alleen de afschuwelijkheid van het feit bedoelde zonder eene poging om de verantwoordelijkheid op iemand te schuiven.

Ik hield mijn hartstocht in, en trachtte kalm en logisch te redeneeren om dezen indruk te herstellen. Ik zeide hun dat ik niet hen had willen beschuldigen, alsof zij, of de rijken in het algemeen, aansprakelijk waren voor de ellende van de wereld. Waar was het dat hunne over-