Pagina:In Het Jaar 2000 (Bellamy1890).djvu/272

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

264

daad, anders besteed, veel bitter lijden zou verzachten. Deze kostbare spijzen, deze dure wijnen, deze prachtige kleeren en glinsterende juweelen, vertegenwoordigden den uitkoop van vele levens. Zij bleven waarlijk niet buiten de schuld van hen die verspillen in een land waar hongersnood is. Niettemin zou al de verspilling door de rijken, als zij bespaard werd, niet ver strekken om de armoede te genezen. Er was zoo weinig om te verdeelen dat al deelden de rijken gelijk op met de armen, er slechts broodkorsten tot algemeen voedsel zouden zijn, schoon deze verzoet door broederlijke liefde.

De dwaasheid van de menschen, niet hunne hardvochtigheid, was de groote oorzaak van de armoede op de wereld. Het was de misdaad van menschen, noch van eenige klasse van menschen, die het geslacht zoo ongelukkig maakte, maar een schrikkelijke vergissing, een reusachtige, wereld-bedekkende fout. En toen toonde ik hun aan hoe vier vijfden van den arbeid der menschen letterlijk verwoest werd door den onderlingen krijg, het gebrek aan orde en samenwerking onder de arbeiders. De zaak uiterst duidelijk willende maken, nam ik het voorbeeld van onvruchtbare landen, waar de bodem de middelen van bestaan voor de bewoners enkel opleverde door een zorgvuldig gebruik van waterstroomen voor de besproeiing. Ik toonde aan dat in zulke landen het gerekend werd de belangrijkste verplichting van het bestuur te zijn, toe te zien dat het water niet verspild werd door de zelfzucht of de onkunde van personen, daar er anders hongersnood zou komen. Daarom was het gebruik streng geregeld, en niemand mocht het naar welgevallen afdammen of afleiden of er op eenige manier zich mede bemoeien.