Pagina:In de sneeuw.djvu/157

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

155

„O, ik weet wel, dat niemand minder dan gij aan zulke dingen hecht, beste vader! maar juist daarom moeten wij zorgen, niet in eerbied jegens u te kort te komen. Maar vergeef me! — toen gij op uwe bijzonder beminnelijke manier er schertsend een andere wending aan gaaft — "

„Zij sprak immers slechts in onbedachtzaamheid, en — "

„Ik moest hare woorden anders opgenomen hebben dan ik deed; maar ik was laf, — eerst heden heb ik Gabriëlle haar onbehoorlijk gedrag onder het oog gebracht."

„Hebt gij er met haar over gesproken?" vroeg de predikant haastig.

„Natuurlijk! ik heb zéer ernstig met haar gesproken," antwoordde Johannes met streng gelaat.

De predikant wendde zich naar het venster, en blies bedachtzaam dikke rookwolken voor zich uit; hij gevoelde zich zeer verlicht.

Buiten gierde de storm over de tot eene vochtige massa versmolten sneeuw. Slechts hier en daar vloog er een weinig van de daken op straat. De oude schuur, als gebukt onder den last die haar drukte, schudde zichtbaar bij elke wind vlaag, die hare muren beukte.