Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/111

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

103

 

XXXI.


Van drie zeeëenden.


Weet ge het al, waarde lezers, dat de Eidereend ook Nederlandsche broedvogel geworden is? Slechts sedert een paar jaar heeft men op Vlieland broedende exemplaren gevonden, en aan een onzer vogelphotografen is het gelukt, zoo'n broedend voorwerp heel keurig op het nest te kieken. Die photografie is maar een prachtige uitvinding. Daarmee kan ook uit het intieme vogelleven menig interessant moment, dat men in natura nooit te zien krijgt, in beeld gebracht worden, en veel, wat men eerder alleen durfde veronderstellen, wordt er mede bewezen.

Zoo'n Eidereend (Somateria mollissima [L.]) is een groote vogel, de grootste van alle wilde eenden, ruim 6 d.M. lang. Alleen aan de grootte kan men deze soort wel kennen, doch een onmiskenbaar bewijs tot vaststelling van de identiteit is de driehoekige streep van vederen, die op de zijden van den kop tot aan de neusgaten doorloopt. Het mannetje in het prachtkleed met zijn hoofdzakelijk witte kleur, met het donker zwart op borst, buik, staart, achterrug, slagpennen en voorhoofd, wordt bij ons niet veel gezien. Daarvoor behoort men te gaan naar Faröer en andere Noordelijk liggende rotsen. Daar ook wordt het bekende, hoog in prijs zijnde, eiderdons verzameld, en niet gemakkelijk is het dikwijls, dit bijeen te krijgen. Heeft men evenwel eene broedplaats van eidereenden bereikt, dan kan het dons, dat de vogels zich uit borst en buik geplukt hebben, om een donzen bed voor de grijsgroene eieren te vormen, gemakkelijk