Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/125

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

117

is voor den vogel; doch wie hem in zijn bedrijf gadeslaat, ziet wel, dat hij er op uitstekende wijze pitten uit dennekegels en andere vruchten mede weet te halen. En al dergelijke zaden staan steeds op zijn menu.

De lange, scherp gebogen snavelpunten laten den vogel zelden zijn doel niet bereiken. Niet steeds is de kruising der punten naar denzelfden kant, doch nu eens ligt de eene en dan weer de andere kaak naar links. Naar zoo'n bek zijn de namen Kruisbek, Kruisvink en Kruiskanarie wel passend, en de veel voorkomende naam Dennepapegaai dankt de vogel aan zijn geliefkoosd verblijf in denneboomen en ander naaldhout.

't Was een aangename verrassing voor eenige weken, zoo plotseling zoovele kleurige vogels in onze tuinen en boschjes te ontmoeten. Want lang niet alle droegen dezelfde kleuren. Er waren er bij, die prachtig rood gekleurd waren met bruin op de vleugels. Dat waren de oude mannetjes. De wijfjes en nog jonge vogels waren geel- en grijsgroen en de voorwerpen, die nog geen jaar oud waren, hadden een geheel donkergrijs pakje aan. Dan waren er nog vele vogels tusschen, die van costuum wisselden en mooie schakeeringen van rood en geel te zien gaven. En tam dat de vogels waren! Gedurig kon men ze met de hand grijpen. Ze hadden aan hunne broedplaatsen in de groote bosschen van Rusland en Siberië de menschen nog niet als hunne vijanden leeren beschouwen. Toen ze nog slechts enkele dagen hier waren, nam de schuwheid reeds van lieverlede toe. Nu zijn de vogels weer grootendeels heengegaan, waarschijnlijk naar Zuidelijker streken. Want de Kruisbekken zijn echte zwerfvogels, die zich op ongeregelde tijdstippen vertoonen, nu