Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/155

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

147

graan met wortel en al uit den bodem rukken. Daarom worden dikwijls door de boeren machtigingen gevraagd voor zich of voor hunne knechten, opdat zij zonder jachtakte op dit en op ander schadelijk wild kunnen schieten. Men beweert wel, dat er door dezulken ook wel eens gewoon jachtwild gedood wordt. Misschien gebeurt het bij ongeluk, want een boer is niet zoo maar dadelijk een scherpschutter. En dan kan je op het eene beest mikken, en het andere soms raken. En wat moet je dan doen? Nu, dat weet de boer wel!

Zeer groot kan het getal wilde ganzen zijn, dat in herfst- en voorjaar bij ons verblijf houdt. Ook in het hartje van den winter zijn er nog wel wilde landganzen in de zeepolders, maar die zijn nog weer van een andere soort. Daarover later.

De echte Grauwe Gans, de Anser anser (L.), komt begin October bij ons in groot aantal, en dan hangt het van weer en klimaat af, hoelang ze onze gasten blijven. Wordt het hun hier te bar, dan trekken ze Zuidelijker, totdat ze in Lentemaand opnieuw weer hier komen, om in April naar de broedplaatsen in Noordelijker oorden te trekken. In ons land heeft lang een troepje gebroed, in Friesland bij Eernewoude en op Texel is eenmaal een ei gevonden, maar 't is sedert eenige jaren uit, en nu broedt er geen enkele wilde gans meer in ons land, nòch van de land-, nòch van de zeeganzen. Een oud spreekwoord leert ons, dat men de vogels aan de veeren kent, maar meermalen toch ook heb je de bekken er bij noodig, om precies te weten, met welke soort men te doen heeft. Zoo ken je de Anser anser aan den snavel, die oranjegeel is, met rose aan de zijden en met wit aan den voor-