Pagina:Jacob Daalder-Vogelkiekjes (1910).pdf/29

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

21

groene van den rug, het staalblauwe van de vleugels in velerhande schakeeringen en in fraaie afwisseling met het wit en zwart der verschillende deelen, ze ons als mooie vogels doen schijnen; dan mag het ons weemoedig aandoen, dat ze mede door de hand, of eigenlijk door de tanden, van den sluipmoordenaar zijn gevallen, ze doen ons toch ook denken aan den schoonen tijd, die weldra weer aanbreekt. Dan zullen weder de kieviten in levendige paren hunne vroolijke ieuwgeluiden doen hooren en hunne buitelende bewegingen vertoonen boven de polders en heidevelden door geheel ons land. Tal van eierenzoekers zullen weder de zwartgevlekte, groene, peervormige eieren rapen, die bij duizenden en tienduizenden worden verzonden. Aan de voortplanting van deze zoo hoogst nuttige vogels doet dit niet zooveel schade, als men ze na 30 April (na 20 April was beter) maar ongestoord laat broeden.

 

 

VI.


Wanneer de Leeuwerik aanheft!


Mijn Grootmoeder zaliger zeide elk voorjaar: „zooveel dagen de leeuwerik vóór Vrouwendag zingt, zooveel weken er na moet hij zwijgen". Ik heb er nooit erg op gelet, of het oude mensch gelijk heeft gehad, maar zooveel is zeker, dat ik niet aan Maria-Lichtmis (2 Febr.) kan denken, of onwillekeurig komt de Akkerleeuwerik (Alauda arvensis) mij in gedachte. Want op Vrouwendag behoort