Pagina:Keulemans Onze vogels 2 (1873).djvu/22

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


een vallende steen naar beneden, nijpt de muis tusschen zijne scherpe nagels, vliegt weder omhoog, en verslindt zijn slagtoffer eerst op eenigen afstand.

Als de Torenvalk een nest en jongen heeft, vangt hij wel 14 à 20 muizen daags, zoodat hij voor den landbouwer inderdaad een nuttige vogel mag genoemd worden. Overal, waar veel veldmuizen zijn, vindt men dan ook veel Torenvalken. Op de Kaap-Verdische Eilanden vangen zij dagelijks honderde sprinkhanen. In sommige boschrijke streken van Europa vernielen zij ontzaggelijke hoeveelheden schadelijke insecten, als meikevers en vlinders van verschillende schadelijke rupssoorten. Maar ook Leeuwerikken, Lijsters en zwakke trekvogels worden door hen bemagtigd. Tilduiven vervolgende, jaagt hij ze eerst hoog in de lucht; als dan de Duif naar beneden schiet, valt de Torenvalk haar van achteren aan, slaat beide klaauwen in hare vleugels en brengt haar, meestal worstelende, met zijn scherpen snavel eenige houwen toe. Dikwijls ontsnapt de gewonde Duif, maar ook dikwijls bezwijkt zij door de meerdere vlugheid harer tegenpartij. Wilde Duiven en snelvliegende Tilduiven wordt hij echter slechts bij toeval meester. De meeste duivenhouders zullen wel eens ooggetuige geweest zijn van zulk een luchtgevecht, en zeker zullen ook velen dikwijls van hunne collectie Tilduiven eenige verloren hebben, zonder de oorzaak daarvan te kunnen ontdekken. Duivenhouders noemen den Torenvalk meestal Sperwer of Sparwer; want de meesten weten niet, dat er verschil tusschen beide vogels bestaat, en dat een Sperwer wel de jongen steelt, maar nooit eene Duif in de vlugt zal bemagtigen.

Het nest van den Torenvalk is slordig in elkander gewerkt, vlak en van doode, grove takken gemaakt; soms ligt het in een boom, soms op een ouden muur of ook wel op een stuk steen of rots, maar dan ook gewoonlijk aan de bergwanden en vrij hoog boven de bewoonde valleijen.

De twee à drie eijeren hebben dezelfde grootte als die van den Kievit, maar zijn zeer rond; hunne kleur nuanceert van wit met kleine rosse stippen tot zandkleurig met groote steenroode vlekken en zwarte en bruine onregelmatige strepen, stippen en aderen; sommige eijeren zijn dermate met vlekken bedekt, dat zij geheel roestrood schijnen. Een mijner vrienden heeft broeijende Torenvalken waargenomen en opgemerkt, dat zij zeventien dagen broeijen.

Velen hebben zich, ten opzigte van dezen vogel, van eene merkwaardige bijzonderheid kunnen overtuigen: wanneer namelijk het mannetje geschoten of gevangen is, verkrijgt het wijfje reeds binnen eenige uren een nieuwen echtgenoot; zelfs zijn