Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/116

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

82

 

Serbödjadi.

Serbödjadi is een pas een eeuw oud kolonisatie-gebied van Gajō's, meest van Döröt-lieden, zooals vele plaatsnamen aanduiden. Men zocht de buitenhellingen der bergen op; de moerassige kustvlakte lokte dit bergvolk niet aan. Zeevissoherij en zeevaart waren toch niet van hunne gading.

Wij kennen reeds het Van Daalen-gebergte, waarin de Goenoeng Oentoeng 2191 Af. hoogte, en de Goenoeng Hantoe, aan het N. uiteinde, nog 1814 M. bereikt. Van den eveneens reeds genoemden bergknoop Ootjap-Mooloe gaaf een ander gebergte naar het Noorden; evenzoo van den Boer Moegadjah een keten, waarin de Boer ni Telögö 2781 M. bereikt, terwijl verder Oostelijk in het onbewoonde bovenland van Tamiang ook een paar ketens naar het Noorden uitstralen.


Rivierstelsel der Peureula* en Tamiang.

Oostelijk van het N. deel van het Van Daalen-gebergte is eene laagte, een vooruitstekend deel van de kustvlakte eigenlijk, waardoor de Aroel Keutapang stroomt, en waarin de kampong-complexen van Semboeang en Bonén liggen.

De Keutapang heet verderop Peurela*-rivier, stroomt door eene breede, jong tertiaire, petroleum-voerende, en eene smalle, alluviale kuststreek en valt bij Oedjoeng Peurela*, in zee.

Tusschen Van Daalen- en Oetjap Moeloe-ketens ligt een onbewoond dal, waardoor de Wöih ni Serbödjadi stroomt. Verder benedenstrooms buigt deze rivier zich om naar 't Oosten en loopt dan door het eigenlijke Serbödjadi langs een aantal kampoengs; eene daarvan is Lōkōp, de hoofdplaats der nieuwe onderafdeeling Serbödjadi van de afd. Oostkust van Atjeh. Dit kampoeng-complex vormt weer een kom, een ouden meerbodem wellicht, en als zoodanig uitlokkend tot sawah-aanleg. Voorbij Lōkōp stroomt de Serbödjadi-rivier door een onderaardschen koker door het kalkgebergte Goenoeng Kemenjan en komt aan de andere zijde weer voor den dag onder den naam Wöih ni Djernèh.

Tusschen Oetjap Moeloe en Boer ni Telögö ligt het diepe dal van de Wöih ni Oréng, verderop naar eene andere kampoeng Wöih ni Péndéng geheeten. Deze rivier buigt zich eveneens Oostwaarts