Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/123

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

87

weinige producten; zèlfs al wordt door den aanleg en het onderhoud een zware last aan die bevolking opgelegd, omdat het reuzenwerk grootendeels in heerendienst moet geschieden; zèlfs al is de weg vooreerst alleen van strategisch nut; zèlfs al is niet uit te maken, of de bevolking van de streek zelve nut heeft van den door haren arbeid ontstanen weg, dan of deze nuttiger is voor anderen. Immers: eerst moet de gelegenheid tot ontwikkeling er zijn en dan komen verkeer, handel, toeneming der bevolking en van haar welvaart vanzelf. Moet men wachten op de menschen en op welvaart, dan komen er geen wegen; en zonder wegen komen er geen menschen en geen welvaart. Het is een vicieuze cirkel, waaruit men slechts ontkomen kan door moedig over de groote bezwaren heen te stappen. De bevolking moge er tijdelijk zwaar door lijden, op den duur strekken de maatregelen tot haar grooter welzijn, en après tout hebben de werkbare mannen heusch nog wel wat dagen te missen om te werken voor het algemeene welzijn, als men hen in de dagen van druk landbouwwerk maar vrij laat. Zij laten toch al veel te veel veldarbeid door hun vrouwen doen, tot schade van het gezin en van de bevolkingstoeneming!"

De opportunisten redeneeren: „Wegen moeten er komen, doch deze behoeven in dun bevolkte streken niet het karakter te hebben van verharde, van bruggen voorziene heirbanen. Men gebruike vooreerst de door de bevolking van ouds gebruikte paden, zorge slechts, dat deze herkenbaar blijven en een permanent karakter aannemen; make er daarna wegen van van 2 M. breedte, geschikt voor karbouwenkarren; verbetere die langzamerhand tot rijwegen, als de bevolking zelve de behoefte daaraan begint te gevoelen en verdeele alzoo den last over verschillende generatie's. De harde maatregelen, waartoe geforceerde wegenaanleg aanleiding geeft, leiden tot wrevel, onwil, volksverloop, zelfs tot opstandjes, en men schiet alzoo vaak het doel voorbij.

Die mooie wegen, waarvan de bevolking alleen de lasten draagt, dienen veelal alleen tot gemak van de weinige Europeanen, die de streek bereizen moeten, of tot voordeel van Europeesche grootlandbouwers, of tot reclame van eerzuchtige bestuurders. Het volk is meer gebaat met 30 K.M. onverharden karren weg, dan met