Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/163

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen
123

voorbehoud en verklaring. Met die namen wordt niet meer bedoeld, dan dat de eersten in hoofdzaak aan de kusten wonen en aan de groote, bevaarbare rivieren. De Oostkust is geheel door hen bezet. De kern der Minangkabauers bewoont het binnenland, maar aan de Westkust komen ook zij aan de zee.

De Kust-Maleiers dan wonen, afgezien van de kampoengs, waar zij geïsoleerd tusschen andere volken voorkomen:

In de residentie Palembang van de kust tot zoover de Oostelijke vlakte strekt, uitgezonderd de Koeboe-streken.

In het Zuiden grenzen zij aan de Lampoengers, Semindo's, Pasoemah's en Redjangs.

In Palembang zijn volk en taal eenigszins ver-Javaanscht, een gevolg van het feit, dat Palembang eene kolonie is geweest van het rijk van Madjapahit. In dien tijd was Javaansch zelfs de hoftaal. Veel Javaansche plaatsnamen in Palembang wijzen nog op de oude Javaansche kolonisatie, vooral aan de Ogan en de Lematang.

De bevolking langs de rivier Blidah (Z.W. van de stad Palembang) moet zelfs geheel uit Javaansche afstammelingen bestaan en stond vroeger in eene andere en nauwere betrekking tot de Javaansche vorsten dan de overige Palembangers.

In Bengkoelen woont eene zeer gemengde bevolking. Eigenlijke Maleiers hebben zich waarschijnlijk slechts als handelaars aan de kusten gevestigd. In het Zuiden, tot Bintoehan toe, bestaat de bevolking hoofdzakelijk uit Lampoengers; in het Noorden, Moko-Moko, uit Minangkabauers; in het midden uit Pasoemah's en Redjang's, die uit hun bergland naar de vlakte verhuisden om betere levensomstandigheden te vinden. De lieden van Kroë, de plaatsen direct aan de kust uitgezonderd, onderscheiden zich door hun Lampoengsche taal van de andere Bengkoeleezen; in het overige Bengkoelen is het Maleisch verder verbreid en heeft de bevolking een meer eigen cachet gekregen door haar isolement. Zij staat bekend als welvarend, hok vast, ijdel en weinig ijverig.

In Djambi is de schaarsche bevolking aan de beneden-rivieren Maleisch- Javaansch, gelijk die van beneden-Palembang; in het binnenland heerscht het Minangkabausche element. De Koeboestreken zijn reeds genoemd.