Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/194

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

148

vonden in het familiegoed. De gemakkelijke scheiding der echtgenooten en de veelwijverij leiden tot hetzelfde streven. Waar eenmaal de moeder voor de kinderen alles moet zijn, lijkt het zeer natuurlijk, dat de macht over haar kinderen en de vererving van den naam, en daarmede weer van de bezittingen, komen te berusten of blijven berusten bij haar eigen familie.


§ 30. Patriarchaat.

Na het bovenstaande zijn ook de beginselen, waarop patriarchale afstamming, huwelijk en erfrecht berusten, duidelijk. De vrouw wordt aan hare soekoe of marga onttrokken; in den regel voor goed. Ontbinding van het huwelijk op verlangen van de vrouw was oorspronkelijk uitgesloten, doch heeft bij de meeste volken een plaats in de adat gekregen. Deze scheiding wordt dikwijls genoemd „moelih" d.i. teruggaan (naar moeder). Als de vrouw wegloopt, moet de bruidschat worden teruggegeven; als er kinderen zijn, blijven die bij den vader. De stam des mans krijgt de aanwinst van eene vrouw en de kinderen, die uit haar zullen worden geboren. Daarvoor moet de stam der vrouw eene vergoeding krijgen. Dat is het oorspronkelijke begrip der koopsom voor de vrouw; der djoedjoer, zooals de meest gebruikte benaming dier koopsom op Sumatra luidt. De vader der bruid evenwel ontvangt het geld, dat door hem aan de geheele familie ten goede komt.


De djoedjoer.

Men houde wel in het oog, dat de inzettingen aangaande het huwelijk bij verschillende volken, ja zelfs bij onderdeelen van hetzelfde volk, verschillend zijn. Hier worden dus alleen de algemeene beginselen genoemd, die bij de huwelijksgebruiken gelden.

De djoedjoer is, of liever was, soms zeer hoog en regelde zich naar den stand, het aanzien der familie van de vrouw. Ons bestuur heeft daar, waar de djoedjoer eene buitensporige hoogte bereikte, in overleg met de volkshoofden, het bedrag gematigd. De daaromtrent vastgestelde regelen worden echter bij de Bataks en de Lampoengers veel ontdoken. Die hooge djoedjoer werkte zeer belemmerend op het sluiten van huwelijken, noodzaakte velen tot het maken van zware schulden, hield anderen voortdurend in een staat