Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/263

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

213

gende hoofdstuk. Hier worde echter vermeld, dat enkele landbouwondernemingen nu meer en meer er toe gaan bijdragen, dat zich eene blijvende bevolking vestigt in tot heden slecht bewoonde streken. Het streven dier maatschappijen is, de Javanen te houden in de nabijheid der établissementen, hun eene woning en grond te verschaffen, hen voorgoed ingezetenen te maken van het gewest en aldus langzamerhand onafhankelijk te worden van den duren en altijd min of meer précairen invoer van contract-koeli's.

Eene nieuwe gemengde bevolking zal daardoor ontstaan en een grooter deel van den bodem voor de cultuur van voedingsgewassen beschikbaar komen. Er zijn groote moeielijkheden te overwinnen bij deze Javanen-kolonisatie en de verschillende maatschappijen volgen dan ook verschillende werkwijzen bij hun streven.


Lampoengsche kolonisatie.

Sedert 1905 wordt eene van Regeeringswege geleide en gesteunde proef genomen,—sinds 1911 onder leiding van den Resident der Lampoengsche districten—, tot koloniseering met Javaansche gezinnen van landstreken in het Z.W. deel der Lampoengsche districten, in nabijheid van Gedong Tataan, West van Teloek Betoeng. De kolonisten zijn vrijgesteld van hoofdelijke belasting en van heerendiensten gedurende het jaar hunner vestiging en de twee daarop volgende jaren. Een dorpsbestuur naar Javaanschen trant is ingericht.

Ten behoeve der immigranten is in 1911 te Teloek Betoeng opgericht de Lampoengsche Bank, overeenkomende met de afdeelingsbanken op Java; ook een dēsabankje is opgericht. Men gaat n.l. nu van het denkbeeld uit, om den kolonisten het benoodigde geld in hoofdzaak slechts te leenen. Zij dienen het na eenige jaren in termijnen terug te betalen. De bedoeling is door Regeeringshulp eenige kernen van Javaansche bevolking te stichten, waaromheen later eene spontane immigratie van Javanen uit de dichtbevolkte streken zou plaats vinden. Vermoedelijk zal de spoorweg daaraan meehelpen. Langs de lijn naar Banjoewangi is eene zuiver spontane en omvangrijke kolonisatie vanuit Midden-Java ontstaan. Ook in de Z.O. Preanger, met Bandjar als middelpunt, heeft iets dergelijks plaats. Sommige deelen van Midden-Java kan men waarschijnlijk,